Miranda van Eerden

Naar eigen zeggen heeft Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige Miranda van Eerden het hart op de tong en probeert ze altijd oprecht en eerlijk te zijn. Dat ze de waarheid spreekt, blijkt direct wanneer Miranda 

Afbeelding Social Media De verwarde mens

wat te drinken gaat pakken voor het interview van start gaat. Op het moment dat Miranda namelijk terugkeert van haar wandeling naar het koffiezetapparaat, vertelt ze lachend: ”Misschien moet ik dit niet zo zeggen, het is namelijk niet echt netjes, maar ik was alweer halverwege de terugweg toen ik me bedacht dat ik ook iets voor jullie had moeten pakken”. Dat Miranda geen schaamte kent en de humor van deze sociaal ongemakkelijke situatie wel in ziet, tekent haar. Binnen vijf minuten heeft Miranda het ijs gebroken en is een relaxte interviewsfeer ontstaan.  De manier waarop ze contact maakt met mensen is indrukwekkend, maar wanneer we haar complimenteren met deze vaardigheid, wil ze van niks weten: “Ik heb het altijd erg prettig gevonden om met mensen in contact te komen. Voor mij is het een soort tweede natuur. Ik heb eigenlijk altijd geweten wat ik wilde. Werken in de zorg, werken met mensen”.


Nadat ze de studie hbo-v had afgerond ging ze bij zichzelf te rade: “Omdat ik gedurende mijn studie had gemerkt dat de psychiatrie me erg trok wilde ik eventueel starten met de opleiding Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige. Ik besloot dit niet te doen, maar te gaan solliciteren bij Mediant. Ik had hier immers al stage gelopen, en dit was me zeer goed bevallen. Op deze manier zorgde ik ervoor dat ik wel met psychiatrie bezig kon zijn, maar niet een hele nieuwe studie zou hoeven doen. Gelukkig werd ik aangenomen en mocht ik beginnen op de Afdeling Kortdurende Behandeling”. Miranda genoot van haar werk en wist zoals altijd precies wat ze wilde met haar leven. Totdat ze in 2005 te horen kreeg dat de opleiding Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige op het Saxion voorlopig voor het laatst zou worden aangeboden. Na lang wikken en wegen besloot ze met de opleiding te starten: “Zoals ik al aangaf had ik er in een eerder stadium al over getwijfeld om deze opleiding te gaan doen. Doordat ik nu gedwongen werd een beslissing te nemen, besloot ik het toch te doen. Het was immers mijn laatste kans”.

Die beslissing bleek naar eigen zeggen een van de beste beslissingen uit haar leven: “Het vak van Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundige is in mijn ogen het mooiste vak dat er is. Het met mensen spreken over hun gedachtes maakt het mogelijk  de mens in zijn totaliteit van dichtbij te aanschouwen. Telkens weer als mensen zich zo kwetsbaar opstellen en hun onzekerheden, zwaktes, maar ook hun euforische momenten met mij delen, vind ik dat bijzonder”. Als je Miranda zo positief hoort praten over het werk dat ze doet, verwacht je misschien niet dat ze nog van functie zou willen veranderen. Niets is echter minder waar en Miranda ziet nog steeds kansen om door te groeien: “Ik volg nu de opleiding tot Verpleegkundig Specialisten dat lijkt misschien gek voor een SPV’er in hart en nieren, maar ik zie het meer als iets extra’s dat ik aan mijn huidige functie toe kan voegen”.  Ook wanneer ze straks officieel Verpleegkundig Specialist is, wil Miranda het menselijke aspect van haar huidige werkzaamheden niet uit het oog verliezen: “De omgang met de mensen, de dynamiek die er heerst tussen de collega’s. Het echt samen opereren als team en zoeken naar de juiste behandeling voor een cliënt, geven mij echt een kick. Op het moment dat iemand hier in crisis binnenkomt en na een bepaalde periode weer in staat is het leven op te pakken, raakt mij persoonlijk enorm. Dat geeft onbeschrijfelijk veel voldoening”.

Haar ervaring en ambitie om constant door te groeien en nieuwe kansen aan te nemen zorgden ervoor dat ze gevraagd werd om actief deel te nemen aan de pilot Streettriage in Twente. Miranda hoefde er niet lang over na te denken: “Ik wist zeker dat ik vanuit mijn ervaring in de Crisidienst  iets aan de pilot kon bijdragen. Daarnaast leek het me ontzettend gaaf om de samenwerking aan te gaan met de politie en het ambulancepersoneel”. Miranda raakt duidelijk erg enthousiast wanneer het onderwerp Streettriage wordt aangesneden en zonder het te vragen begint ze uitgebreid te vertellen: “De pilot is eigenlijk ontstaan vanuit de wens om een beter opvangnet te creëren voor personen met verward gedrag”. Volgens Miranda was er voorafgaand aan de pilot genoeg te verbeteren: “Politieagenten of wijkagenten zijn niet opgeleid in het omgaan met personen met psychiatrische problemen (of vergelijkbare problematiek) en voelden zich vaak onzeker of soms zelfs alleen, wanneer ze op pad gingen voor een zogenaamde E33 melding. Bij aankomst wisten ze vaak niet hoe te reageren op bepaalde problematiek. Daarnaast was er vaak twijfel over de manier waarop passende zorg gerealiseerd kon worden.” In teams van drie personen bestaande uit een verpleegkundige uit de ggz, een ambulanceverpleegkundige en een politieagent staat team Streettriage buiten de kantooruren klaar om mensen in verwarde toestand te helpen.

Volgens Miranda verloopt de pilot erg voorspoedig: “We zijn nu bijna twee maanden bezig en naast dat we ‘de verwarde man’ nu een stuk beter van dienst kunnen zijn op locatie, begrijpen de teamleden elkaars behoeften ook een stuk beter. De eerste respons van een agent is de situatie zo snel mogelijk onder controle brengen, waar je als SPV’er zijnde toch eerder een stapje terug doet om de situatie te analyseren. Begrijp me niet verkeerd er is voor beide standpunten iets te zeggen, maar in het verleden ontstond er onderling nog wel eens irritatie over de aanpak van de verschillende partijen. Nu we met alle partijen gesprekken voeren tijdens de dienst, komen we steeds dichter tot elkaar en ontstaat er een team gevoel. Wij zorgen samen voor de mensen. En dat is prachtig”.


Miranda is blij met de huidige gang van zaken maar ziet ook ruimte voor verbetering:  “Ik ben blij met waar we nu staan. Natuurlijk kunnen er ook dingen beter. De verbeterpunten zitten hem nu vooral in het verbeteren van de onderlinge communicatie en het creëren van meer bekendheid onder de inwoners van Twente”. Wanneer problemen zich voordoen moeten mensen immers wel weten wie ze moeten bellen. Mensen moeten volgens Miranda echter niet te snel over gaan tot het bellen van de alarmnummers: ‘Ik ben van mening dat de mensen wat meer naar elkaar om zouden moeten gaan kijken. Kijk eens hoe het gaat met je buurvrouw, vraag eens aan die oude meneer in het park hoe het met hem gaat. Wees zorgzaam. We moeten het samen doen, het Triageteam kan niet overal voor ingrijpen.


Lees hier alle verhalen omtrent personen met verward gedrag.